Duurzaam tonijn vissen op de Malediven - Fish Tales
Fish tales
Magazine

Duurzaam tonijn vissen op de Malediven

TEKST JACQUES HERMUS | FOTO’S DAVID LOFTUS

 

DUURZAME TONIJN

Een strijder voor duurzaamheid, en toch een tonijnvisser. Bart van Olphen verenigt beide in zijn bedrijf Fish Tales op de Malediven.

 

De nacht lost op in zachte zonnestralen die vanachter de kim over de zee aaien. Terwijl de Indische Oceaan zachtjes deint, verzamelen de twaalf vissers zich op het achterdek van de dhoni, de vissersboot. Als in gelid staan ze daar, lange hengels in de hand, met de rug naar zee. Ze wachten op het sein van de kapitein die naar zijn favoriete visstek is gevaren, enkele tientallen mijlen verwijderd van het stadje Kudevalahadoo.

Als de kapitein op zijn radar een school vissen ziet, slaat de rust plots om in een ongebreidelde activiteit. De boot vermindert vaart, aan de zijkanten gooien bemanningsleden handenvol aasvisjes uit, achterop de boot wordt water gesproeid om een gewriemel van aasvisjes te suggereren en in slechts enkele seconden veranderen de vissersstandbeelden in prooi-jagers. Hun lijnen met kunstaas zwieren door de lucht.

Enkele meters achter de boten duikt de school tonijn in razernij op het aas, maar misschien gewoon op alles dat blinkt. Met snelle gebaren slaan de vissers de tonijn uit het water, en zwiepen ze die achter zich op het dek. Dit vereist vaardigheid, want je moet de vissen en de haken van de andere vissers ontduiken, en met een polsbeweging de vis in de lucht onthaken. En stevig op het randje staan, want met een onverwachte beweging lig je in het water.

HENGEL

Als we zelf op dat randje staan met de hengel, zien we een lange donkere schaduw achter de tonijn. ,,Een grootoogvoshaai, niet heel gevaarlijk, maar toch”, zegt Ali Shadid Shahid, de tweede kapitein van de boot. ,,Gevaarlijker is het als je met vispak en al in het water valt.”

We zijn aan boord van de Violet 3, een tonijnboot met als thuisbasis het Dhaalu-atol, in het midden van de Malediven, een reeks atollen die nergens hoger dan 2 meter boven de zeespiegel van de Indische Oceaan uitsteekt. Een islamitisch land waar luxe toeristen-resorts strikt zijn afgescheiden van de lokale woongemeenschappen, meestal van vissers. Waar toerisme veel geld in het laatje brengt, is de tonijnvisserij al sinds mensenheugenis de ruggengraat van de samenleving.

,,En dan niet grootschalige fabrieksvisserij zoals elders, maar duurzame lijnvisserij”, zegt Bart van Olphen. Hij staat tussen de bemanning, zoals hij hier stevig staat in een oude visserstraditie. Met zijn bedrijf Fish Tales produceert hij vis in blik die op duurzame wijze wordt gevangen. Zalm in Alaska, ansjovis in Argentinië, sardines uit Cornwall, makreel op de Faeröer. En dus tonijn op de Malediven.

,,De meeste tonijn op de wereldzeeën wordt gevist door westerse bedrijven met fabrieksschepen met enorme netten. Hier is de visserij eigendom van lokale bevolking en werkt men met traditionele boten en hengels in plaats van netten. Hoe het werkt? Er wordt vis gevangen, dat levert een bedrag op (op dit moment 1,35 dollar per kilo, red.). Dan gaan alle inkomsten van een paar dagen vissen op een hoop, daar wordt de diesel voor de boot afgehaald, daar worden wat potjes verf van afgehaald en vervolgens wordt het gelijkelijk verdeeld gedeeld door alle vissers, inclusief de kapitein. Die laatste krijgt iets extra’s. De eigenaar van het schip is iemand uit het dorp die de vis tegen marktprijs verkoopt aan een verwerkingsfabriek waar de buit ingeblikt wordt.”

Het samen delen hoort bij de kleine vissersgemeenschappen van de Malediven. Iedereen is op elkaar aangewezen.

GESJOEMEL

De Violet 3 vangt tonijn voor Van Olphens bedrijf. En dan niet de bedreigde blauw- of geelvintonijn, maar de skipjack-tonijn of bonito, waarvan er nog voldoende gezonde bestanden rondzwemmen. ,,Tonijn in blik is in Nederland het meest gegeten visproduct voor thuisconsumptie. Maar het gros van de blikjes in de supermarkt komt van bedrijven die het niet zo nauw nemen met duurzaamheid. Daar wordt gewoon al jaren mee gedonderd en gesjoemeld.” Waarmee hij doelt op de grote merken die een vissersvloot hebben waarin schepen met een ringzegen vissen, een enorm net waarin naast scholen tonijn ook allerlei andere – soms bedreigde – vissoorten, schildpadden of dolfijnen worden gevangen. ,,93 procent van de Nederlandse tonijn-uit-blik consumptie is afkomstig van een ‘foute’ visserij. Een visserij die niet gegarandeerd duurzaam vist”, zegt Van Olphen, ,,alleen gericht op commercieel gewin met lak aan duurzaamheid.”

Waarbij die bedrijven ook nog eens met allerlei kunstgrepen een image van duurzaamheid willen creëren, door een dolfijn-vriendelijkheids-afbeelding op hun blikjes of te suggereren dat hun tonijn ‘verantwoord’ is gevangen. ,,Verantwoord is niet hetzelfde als duurzaam’, zegt Van Olphen, ,,dat zijn neppraatjes. Duurzaam is tenminste een certificering als MSC (Marine Stewardship Councel), en daaraan voldoet op dit moment nog maar slechts 7 procent van de tonijnvisserij.”

Dat Van Olphen zijn tonijn op de Malediven laat vangen heeft alles te maken met de manier van vissen. ,,Hier is het vissen met netten verboden, hier mag je alleen met hengels vissen. De vissers zijn opgevoed als onderdeel van het ecologische systeem. Hun hele economie, buiten het opkomende toerisme, is gebaseerd op de visserij. Als dit niet meer bestaat hebben al deze mensen geen inkomsten meer. Ze zijn genoodzaakt op zo’n manier te vissen dat je oneindig kan blijven vissen en vis eten. 5 procent van alle tonijn ter wereld wordt met een hengel gevangen, waarvan het overgrote deel, honderdduizend ton, op de Malediven.’’

,,Ik wil alleen met mensen samenwerken die hetzelfde voor ogen hebben: met elkaar de wereld mooier maken, en dan vooral mooi houden. En wat gebeurt er dan in Nederland? Dan is mijn blikje in de supermarkt ‘duur’. In Nederland willen wij tonijn goedkoop blijven eten. We hebben het jaren té goedkoop geconsumeerd. Het is niet dat onze tonijn van Fish Tales te duur is, het is de eerlijke prijs die je zou moeten betalen. Het kost de consument maar een paar dubbeltjes meer, maar ja zeg, wat krijg je daarvoor terug. Dit toch?” Met een weids gebaar wijst hij naar de diepblauwe zee, naar de vissers die de oogst van vandaag – drie ton skipjack en een verdwaalde geelvintonijn en mahi mahi – benedendeks op ijs leggen, naar de scheepskok die een geurend maal met gekruide rijst en – jawel – tonijn maakt.

Het schip zet koers naar de thuishaven, vanwaar we met een speedboot vertrekken naar de inblikfabriek in Maandhoo op het Laamuatol.

 

VERS

Tijdens de uren durende tocht passeren we het ene idyllische eiland na het andere, en maken we een tussenstop op Vandhoo, waar we nog meer vissers van Van Olphens ‘vloot’ treffen. ,,Ik heb in de Malediven vijf boten die vrijwel exclusief voor mij vissen. En omdat ze nooit langer dan drie tot vier dagen op zee zijn, komt hun vis behoorlijk vers aan bij de fabriek. Daar zijn ze enthousiast over de kwaliteit.”

Bij de inblikfabriek wordt de tonijn in zijn geheel gepekeld en ingevroren, vervolgens op maat gesorteerd en naar de koude opslag gebracht. Als er productieruimte beschikbaar is, wordt de vis ontdooid in zeewater en vervolgens voorgekookt. De koppen en het vel worden verwijderd – daar wordt vismeel van gemaakt.

Aan een lopende band plukt een team van vrouwen de vis uit elkaar tot filets. Die komen uiteindelijk in blikjes waarin ze steriel worden gekookt. ,,Wij zijn principieel: als de vis hier wordt gevangen, dan verdienen de vissers eraan. Als de vis dan ook hier kan worden ingeblikt dan doen we dat, want dan steunen we ook de lokale economie. Het enige wat nog in Nederland wordt gedaan is het opeten en het genieten van de vis.”

Duurzaam en lekkere bonito. En lijngevangen, misschien wel door uw verslaggever.